Een paar dagen vóór je menstruatie begint het oestrogeenniveau te dalen. Hierdoor wordt een toename van het follikelstimulerend hormoon (FSH) geprikkeld waardoor de groei van follikels weer wordt gestimuleerd. Elk follikel bevat een eicel. Elke maand gaan onder invloed van FSH enkele follikels groeien. Al snel worden één of twee follikels groter dan de rest en gaan oestrogeen produceren.
Als reactie op de toename van oestrogeen wordt de binnenwand van de baarmoederwand dikker. Het oestrogeenniveau is tijdens de dagen vóór de ovulatie zeer hoog. Dit is een teken dat er een follikel klaar is voor ovulatie. Het hoge oestrogeenniveau prikkelt de productie van het luteïniserend hormoon (LH) door de hypofyse.
In je leven heb je ongeveer 500 keer een eisprong. Het aantal eicellen in de eierstokken is afhankelijk van je leeftijd. Voordat je geboren wordt, heb je het grootste aantal. In de baarmoeder van je moeder heb je als foetus van 20 weken oud maar liefst zeven miljoen eicellen. Bij de geboorte zijn dat er nog maar twee miljoen. Tegen de tijd dat je de puberteit bereikt, heb je 300.000 tot 500.000 eicellen. Deze afname wordt atresia genoemd, een natuurlijk en continu proces dat niet kan worden onderbroken. In je leven zullen slechts 400 tot 500 eicellen uitgroeien tot volwassen eicellen.
Fase twee
Tijdens deze fase rijpen enkele eicellen in je eierstokken en verplaatsen zich naar het oppervlak. Elke maand komt één (of soms twee) van deze eicellen vrij.
