De ovulatiefase

Door de toename van het luteïniserend hormoon (LH) wordt de ovulatie getriggerd. Bij de ovulatie, of eisprong, komt een eicel uit een follikel vrij in de eileider. De bevruchting, het samensmelten van de eicel en een zaadcel, vindt plaats in de eileider. Het eitje, bevrucht of niet, reist vervolgens verder naar de baarmoeder.

Bij de eisprong wordt naast oestrogeen ook progesteron geproduceerd. De combinatie van deze twee hormonen stimuleert de veranderingen in het baarmoederslijmvlies die nodig zijn voor de innesteling van een bevruchte eicel en de groei van een embryo. Als je een regelmatige cyclus van 28 dagen hebt, ovuleer je meestal op dag 14. De cyclus van de meeste vrouwen is echter niet zo regelmatig. Over het algemeen vindt de eisprong 11 tot 16 dagen vóór je menstruatie plaats.

Fase drie

Bij de ovulatie komt uit één van de eierstokken een eicel vrij. De eicel verplaatst zich naar de eileider en vervolgens naar je baarmoeder. Tijdens de reis van de eicel naar de eileider, wat enkele dagen duurt, wordt de binnenwand van de baarmoeder steeds dikker.

 

SecondaryNav